Maandelijks archief: september 2021

Fail better #1 Dutch designers magazine

Voor het Dutch designers Magazine (Dd) van de Beroepsvereniging Nederlandse Ontwerpers (BNO) schrijf ik ‘participating interviews’ – artikelen waarin ik probeer iets te leren van een professional in het vak terwijl ik die persoon daarover laat vertellen. Onderstaand artikel is het tweede in de reeks.

Dd_1 Dutch designers MagazineDd_1 Dutch designers Magazine

–––

Fail better – Sessie met Frédérik Ruys

Infographics die de nietsvermoedende kijker direct raken, fascineren en nog lang blijven hangen. De visualisaties van Frédérik Ruys vertellen je iets dat je nog niet wist op een manier die nieuwsgierig maakt. Grafisch ontwerper Henk-Jan Panneman bezocht Frédérik in zijn Utrechtse studio met de vraag: “Kan je mij dat ook leren?”

Eerst snappen, dan uitleggen

Terwijl ik vanuit de ‘grootste fietsenstalling ter wereld’ de stad inrijd, meanderend over ongelukkig wegdek tussen af- en aanrijdende bussen, tijdelijke betonblokken en 25000 andere fietsers, mijmer ik over logistieke nachtmerries van dichte vervoersstromen en de onnavolgbare complexiteit van zinderende datahubs. Maar in een oud straatje in het hart van de meest centrale stad van Nederland ademt studio Vizualism van Frédérik Ruys en Chantal van Wessel de heldere opgeruimdheid van een oase van rust.
Frédérik schenkt koffie en vertelt met aanstekelijk enthousiasme over zijn werk – journalistiek waarin tekst en beeld elkaar aanvullen: “Als ik iets maak, moet het voor iedereen toegankelijk zijn. Ik moet eerst iets snappen, wil ik het kunnen uitleggen.” Een krantenredacteur wilde iets in beeld gebracht hebben dat ook al in het artikel stond. “Het moet elkaar versterken, niet herhalen’, zegt Frédérik dan. En andersom moet het plaatje ook begrijpelijk zijn zonder dat je het artikel gelezen hebt. Met tekst kun je als je het niet helemaal snapt, er een beetje wollig omheen draaien. Daar word hij opstandig van. Soms moet je als datavisualizer ook zelf iets meer uitzoeken, meer doorvragen. Dat knoop ik in mijn oren.

_

infographic-matrix

Een hulpmiddel dat Frédérik heeft ontwikkeld is de infographic-matrix: een driedimensionale tool waar de journalistieke vragen op staan (wat, waar, waarom, wanneer, wie, hoe, hoeveel) en de visualisatiemiddelen die passen bij de snijvlakken van die vragen. Zo gebruik je bij de vraag ‘waar’ een kaart. Er zijn meerdere realisatievormen; als je meerdere vragen wilt beantwoorden zijn er verschillende uitkomsten mogelijk.
‘Ik ga altijd schetsen’, zegt Frédérik, ‘ik ben helemaal niet zo tekstgedreven. Als ik dít zou willen begrijpen, wat heb ik dan daarvoor nodig’.

_

Onzekerheden

‘Wat voor mij interessant is, is het visualiseren van onzekerheden’, zegt Frédérik. ‘Daar heb je met corona ook veel mee te maken hè?’ vraag ik. ‘Ja, maar met veel meer onderwerpen. Je hebt dingen die je weet en dingen waarvan meerdere modellen bestaan of waarvan de uitkomsten onzeker zijn. Nee, ik moet je eerlijk zeggen, die hele coronacrisis, al die data… Toen vorig jaar zomer die riooldata vrijkwamen hoopte ik op meer consistente, vergelijkbare gegevens over de verspreiding, maar de kwaliteit valt nu nog steeds tegen.
De meeste besmettingsdata zeggen meer over de manier van inwinning of de mate van testen. Ook nu met het vaccineren, echte harde metingen over het gezette aantal prikken zijn er nog niet. Het zijn vooral gemodelleerde data op basis van de voorraad. Daar durf ik ook geen conclusies uit te trekken, daar ga ik echt mijn handen niet aan branden.’
‘Je kan je niet vastleggen op dat soort cijfers?’
‘Nee, en niemand kan het perfect doen onder deze omstandigheden. Als je het hebt over dingen die je niet weet, onzekerheid visualiseren, dan zijn daar visuele hulpmiddelen voor. In plaats van een 2-punts dikke grafieklijn gebruik je dan zo’n doezelstraal. Als je een stad wilt verbeelden heeft het geen zin om van een wijk de bakstenen en dakpannen te illustreren – dat detailniveau is helemaal niet relevant als je niet eens weet welk type huizen daar komt. Dan plaats je maar blokken om op alle mogelijke manieren te laten zien: dit is een schets. Dat is op de redactie ook altijd ons credo geweest: niet tekenen wat je niet weet. En als je het niet weet dan moet je het uitzoeken en als de informatie er niet is dan maak je dat duidelijk.’
Frédérik vertelt beeldend en illustreert steeds zijn punt met een anekdote, zoals met de reconstructietekening van de moord op Pim Fortuyn. Een redacteur vroeg of hij de auto’s die op die parkeerplaats stonden een kleur wilde geven. ‘Maar ik wist niet welke kleur ze hadden en dan laat ik ze liever zo, transparant wit, zodat ik niet de illusie wek dat ik het wel heb geweten’.

Dubieuze conventies

We komen te spreken over mijn geliefde onderwerp cartografie en atlassen, en ik moet denken aan wat iemand laatst zei: ‘Zonder de Mercatorprojectie hadden we nooit zoveel ontzag voor Rusland gehad’. Want met die weergave lijken de gebieden dichterbij de Noordpool veel groter dan ze in werkelijkheid zijn, terwijl Afrika juist kleiner lijkt. Zulke ingeburgerde keuzes, waarvan we ons vaak nauwelijks bewust zijn, kleuren wel ons wereldbeeld. Frédérik: ‘Ja, geen enkele kaartprojectie is perfect, want de aarde is rond en zodra je dat plat weergeeft is elke projectie fout. Ik ben daarin heel pragmatisch en met de tools van tegenwoordig kun je van elke kaart een conversie maken. Dan maak ik eerst een stippenkaart van de landen die ik moet laten zien, vervolgens een globe en dan draai ik die zo totdat ik die punten zie. Bij een zeiltocht die twee keer de wereld rond ging heb ik eens drie kaarten achter elkaar geplakt. Want het was heel verwarrend als je dan twee keer die lijn zag, dus ik dacht: “dan laat je gewoon die kaart doorlopen.”’
‘Dat geeft dan ook een soort tijdlijn aan.’
‘Precies, helemaal waar. Maar goed, ik ben niet zo van de conventies of theorieën. Als mijn omgeving het plaatje begrijpt dan is het goed.’

Meten of berekenen

‘Tegenwoordig gaat het vaak over meten of berekenen. Meten vind ik nauwkeuriger. Maar rekenen wordt wel als betrouwbaarder gezien. Want als je hier fijnstof wilt meten in de stad en je zet zo’n meetapparaat neer, kan het net zijn dat buurman daar zijn houtkachel gaat stoken en dat vertekent je beeld. Terwijl als je weet hoeveel auto’s er zijn en wat voor autos’ dat zijn, en hoeveel mensen naar hun werk gaan, dan bereken je hoeveel fijnstof dat veroorzaakt. Maar sommigen zeggen: ‘ik geloof dat model niet’. Dus het is niet of-of maar en-en.’

Storytelling

Frédérik heeft veel bijgedragen aan de VPRO-series ‘Nederland van Boven’ en ‘Onzichtbaar Nederland’ waarin aan de hand van data verhalen werden verteld over de geografie en de geschiedenis van Nederland. En onlangs maakte hij een animatie over de Waddenzee. Hoe gaat zoiets in zijn werk?
‘Je moet een focus hebben: wat wil je ermee gaan vertellen? Wat is je rode draad, hoe begin je en hoe sluit je af? Dus je begint met een establishing-shot: de Waddenzee. En wat zouden we zien, als we al het water weghalen? Kunnen we dat met data laten zien? We hebben bodemdata, die wordt ingewonnen door schepen. En de veerboot naar Texel meet het gehalte aan zout en nutriënten. Dieren worden gezenderd; zeehonden en vogels, hun bewegingen zijn ook leuk om te laten zien. En de Afsluitdijk, die ligt er al 90 jaar, er zijn nog steeds stromen en hoofdgeulen herkenbaar van voor die tijd. Dus gaandeweg kijk je: hoe kun je dat verhaal aankleden met data, en wat je niet weet laat je weg. Wat heeft zo’n verhaal nodig en wat is de belofte die je maakt? Daarmee houd je de focus van wat je wel en niet meeneemt. Met een voice-over wordt het een verhaal.’ Heb je ook een klassieke verhaallijn met een hoogtepunt en een spanningsboog? ‘Je probeert iets op te bouwen. Eb- en vloedstromen laat je zien, ribbels, je accumuleert. En een uitsmijter: waar wil je heen met zo’n visualisatie? Je wilt wat vertellen.’

Voronoikastje

Vanaf de ontbijttafel heeft Frédérik zicht op een elektriciteitskastje. In de buurt liep de spanning op toen het ontsierende ding werd geplaatst, en al gauw werd het beklad met graffity. Kon dat niet anders? Frédérik nam een databestand met de locaties van elk huis in de omgeving, en verwerkte dat tot een kleurrijk voronoi-diagram; een verzameling punten in de ruimte die allemaal een eigen cel krijgen toebedeeld. Een ster geeft de positie van de stroomkast aan.

De mouwen opstropen

De koffie is op en we gaan bij het bureau staan. Een uit de kluiten gewassen beeldscherm rendert op de achtergrond een 3D-kaart terwijl Frédérik uitlegt welke (online) tools geschikt zijn voor welke journalistieke vraagstelling. Waar? GIS-kaarten. Wanneer? Timeline. Een javascriptje dat met Google spreadsheet in een vast stramien een interactieve tijdbalk maakt. Wat? Sketchup en Sketchfab om 3d-modellen in te lezen. Hoeveel? Rawgraphs.io om statistieken om te vormen tot bijvoorbeeld zo’n voronoi-diagram. Of je maakt een woordwolk, en dan ga je verder in Illustrator of Photoshop of in After Effects.

Later stuurt Frédérik me een dataset over persvrijheid. Of ik daar zelf iets mee wil proberen? Ik doe een serie proefnemingen met Rawgraphs en besef al gauw dat je goed moet nadenken welk van de tientallen soorten grafieken je kiest. En welke kolommen met gegevens je wél invoert, en welke niet. Sommige combinaties leveren geen interessant beeld op en er zijn grafiektypes die helemaal geen resultaat geven met mijn data.
De dataset bevat de landen van de wereld met geografische locaties en indeling in continenten en regio’s, de score van persvrijheid in 2021 en 2020, de rangorde daarin, en statistische onderwijsgegevens. Een wenselijke uitkomst is in een ranglijst vaak een laag cijfer maar in een puntenscore juist een hoog cijfer. Als je die lijsten combineert, kan dat verwarrend zijn. Daarom mailt Frédérik me ook een ‘omgekeerde’ lijst voor de persvrijheidsscore. En hij verrijkt de tabel met de Human Development Index, een cijfer waarin levensverwachting, onderwijs en inkomen zijn meegerekend.
Veel grafiektypen werken met twee assen. De onderdelen (landen in dit geval) worden zichtbaar gemaakt met stippen, cirkels, lijnen of vlakken die in grootte, kleur en richting kunnen variëren. Het ligt voor de hand om de grootte van zo’n cirkel te laten bepalen door de bevolkingsomvang. Zo zie je al gauw hoe klein het deel van de wereldbevolking is dat toegang heeft tot vrije meningsvorming. En ik probeer ook minder voor de hand liggende grootheden uit. Data-exploratie noemt Frédérik deze fase. Het levert fascinerende plaatjes op. Zo kan ik in een bubble chart alle landen weergeven op hun hoogte- en breedtegraad, waardoor de cirkels een gestileerde wereldkaart laten zien. In de wereldwijde rangorde van persvrijheid scoort Nederland hoog en als ik er een kleurschaal van groen naar rood aan toeken zit heel Europa in het groen. Geen problemen dus met persvrijheid? Geen journalisten die bedreigd worden? Of beschuldigingen van fakenews? De data vertalen dit nog niet naar kleur. Ik begin aan een paar uitwerkingen. Dat heet data-narratief.
Goede datavisualisaties maken de wereld heerlijk overzichtelijk, en we kunnen er makkelijk autoriteit aan toekennen. Na mijn bezoek aan Frédérik heb ik veel meer inzicht gekregen in het maakproces en de gedachten achter de vraag: hoe maak je die dorre cijferreeksen op een zinvolle manier ervaarbaar voor een kijker?